Chefchaouen, verscholen in het Rifgebergte, is beroemd om zijn blauw gekalkte medina. Zo verken je de steegjes, cultuur en omgeving, maak je betere foto's en reis je respectvol.
Chefchaouen, in de volksmond Chaouen genoemd, ligt in het westelijke Rifgebergte in het noordwesten van Marokko, op ongeveer 600 meter hoogte tussen Tétouan en Ouazzane. De naam wordt meestal uitgelegd als 'kijk naar de hoorns', een verwijzing naar de twee toppen boven de stad. De stad werd in 1471 gesticht door Ali ibn Rashid al-Alami, vaak Moulay Ali Ben Rachid genoemd, als kleine vesting – de huidige kasba – om de regio te verdedigen tegen Portugese aanvallen. Tijdens en na de Reconquista vestigden zich hier Andalusische moslims, Morisken en Spaanse en Portugese Joden; hun invloed leeft voort in huizen in Andalusische stijl, overwelfde steegjes en een levende traditie van Andalusische muziek. Spanje bezette de stad in 1920; van 1924 tot 1926 hoorde ze bij de Rif-republiek van Abd el-Krim en bij de onafhankelijkheid in 1956 kwam ze weer onder Marokkaans bestuur. Tegenwoordig is de in blauw en wit geschilderde medina de grootste trekpleister. Over de kleur bestaan meerdere theorieën: dat ze muggen weert, dat ze de hemel en het paradijs symboliseert, of – volgens sommige bewoners – dat het schilderen in de jaren zeventig werd gestimuleerd om toeristen te trekken. De steegjes zijn steil en ongelijk, dus goede schoenen zijn onmisbaar.
Het hart van de medina is het plein Uta el Hammam (Place Outa el Hammam), een marktplein met winkels en cafés, genoemd naar een openbaar badhuis in de noordwesthoek. Eromheen staan de belangrijkste gebouwen van de stad. De kasba, de oorspronkelijke citadel van stampaarde versterkt met torens, herbergt nu een tuin en een klein museum voor archeologie en etnografie. Ernaast staat de Grote Moskee, de oudste en historisch belangrijkste moskee van Chefchaouen; bij het plein staat een grote historische karavanserai en in het zuidwesten ligt de oude wijk Souika. Net ten oosten van de medina, buiten de vroegere muren, ligt Ras el Ma, de bron die de oorspronkelijke waterbron van de stad was. Vandaar klimt een pad naar de niet meer gebruikte Spaanse Moskee, in de jaren twintig gebouwd op een heuvel ten oosten en nu een populair uitkijkpunt over de stad. Lokaal ambacht omvat leer, textiel, smeedwerk en vooral houtwerk, het best verkochte ambachtsproduct van de provincie. Voor natuur is het nabijgelegen Nationaal Park Talassemtane een populair wandelgebied, met zeldzame sparrenbossen en berberapen, en bezienswaardigheden als de natuurlijke rotsboog die de Brug van God heet en het dorp Akchour.
Voor fotografie is het licht meestal het zachtst vroeg in de ochtend, voordat het druk wordt, en laat in de middag. Veel van de meest gefotografeerde deuren en trappen horen bij privéwoningen: praat zacht, blokkeer geen ingangen en klim niet op treden of verplaats geen bloempotten. Vraag altijd toestemming voordat je mensen fotografeert, vooral vrouwen en ouderen, en accepteer een nee vriendelijk. Kleed je bescheiden, houd rekening met gebedstijden en de ramadan en ga geen moskee binnen zonder eerst na te gaan of bezoekers welkom zijn. Verantwoord reizen betekent ook lokaal uitgeven: overnacht in familiepensions, eet in kleine restaurants en koop rechtstreeks bij ambachtslieden en coöperaties. De omliggende Rif is een belangrijk teeltgebied voor cannabis, maar recreatief gebruik blijft in Marokko illegaal, dus sla aanbiedingen op straat beleefd af. Het toerisme is sterk seizoensgebonden: zomer en vakanties brengen de meeste Marokkaanse en buitenlandse bezoekers, dus buiten die periodes zijn de steegjes rustiger. Ga op wandelpaden zuinig om met water en neem je afval mee terug.


