NASA heeft gecombineerde Hubble- en Webb-beelden gepubliceerd van een stoffige pilaar waar sterren ontstaan, de 'Kattenkopnevel' genoemd, op ongeveer 7.500 lichtjaar afstand.
NASA meldde op 29 oktober 2026 dat de ruimtetelescopen Hubble en James Webb allebei een klein, stoffig filament hebben waargenomen dat de 'Kattenkopnevel' wordt genoemd. Het ligt binnen de veel grotere Carinanevel, op ongeveer 7.500 lichtjaar van de aarde. De bijnaam komt van de vorm van de pilaar, die lijkt op een zittende kat die de kijker zijn rug toekeert, met de kop naar rechts gedraaid en een gloeiend 'oog'. NASA noemt het tafereel tijdelijk: het lost uiteindelijk op naarmate sterren ontstaan en evolueren.
Volgens NASA is de pilaar waarschijnlijk gevormd door intense ultraviolette straling en winden van zware sterren in de Carinanevel, die het omringende gas en stof wegeroderen terwijl dichter materiaal standhoudt. Hubbles beeld in zichtbaar licht toont een ondoorzichtige, donkerbruine stofpilaar met een wazige gele rand die past bij gas dat door nabije zware sterren wordt geïoniseerd, een mogelijk teken van fotoverdamping. Het gloeiende rode oog kan wijzen op een jonge ster die nog gedeeltelijk in stof is gehuld, en filters voor zuurstof, waterstof en zwavel tonen een mengsel van aangeslagen gas, stof en verstrooid sterlicht.
Webbs infraroodbeelden geven volgens NASA aanvullende details. In nabij-infrarood licht wordt het filament doorzichtiger, is de oppervlaktestructuur beter te zien en verschijnen veel sterren en zwakke achtergrondstelsels. In midden-infrarood tekenen warm stof en koolstofhoudende moleculen die door sterlicht worden aangeslagen fijne bolletjes en draden af, en een heldere gele bron rechts van de pilaar is waarschijnlijk een jonge ster ingebed in stof. NASA benadrukt dat de beelden alleen niet kunnen aantonen of een smal filament dat die bron kruist er fysiek mee verbonden is; de gecombineerde beelden helpen astronomen het complexe proces van stervorming te bestuderen.



