Zeven Mayo Clinic-studies in Nature-tijdschriften brengen de diversiteit van seneszente cellen in kaart, verklaren waarom ze chronische ontsteking aanjagen en testen vroege ingrepen bij oudere muizen; voordeel voor mensen is niet bewezen.
Onderzoekers van de Mayo Clinic hebben zeven studies gepresenteerd, gepubliceerd in Nature-tijdschriften, over seneszente cellen, vaak 'zombiecellen' genoemd omdat ze stoppen met delen maar metabolisch actief blijven. Deze cellen geven ontstekingsstoffen af die bijdragen aan ouderdomsziekten. Volgens de Mayo Clinic laat het werk van het Robert and Arlene Kogod Center on Aging zien dat seneszente cellen veel diverser zijn dan gedacht, met eigenschappen die verschillen per weefsel en per proces dat ze tot seneszentie bracht. Het team beschrijft ook een hulpmiddel op basis van genactiviteit, SenMayo, getest op botbiopten van oudere volwassenen, dat helpt zulke cellen consistenter te herkennen in verschillende weefsels.
Andere artikelen in de reeks onderzoeken waarom deze cellen blijven ontstekingssignalen uitzenden. Volgens de onderzoekers spelen daarbij meerdere mechanismen met slecht werkende mitochondriën, de energieleveranciers van de cel: mitochondriaal DNA en RNA kunnen immuunreacties uitlokken, en veranderingen in het mitochondriale metabolisme kunnen via epigenetische effecten de activiteit van ontstekingsgenen wijzigen. De auteurs suggereren dat het op termijn mogelijk kan worden de schadelijke ontstekingssignalen te blokkeren zonder de cellen zelf te verwijderen, een alternatief voor het proberen te vernietigen van elke seneszente cel. De studies voeden ook het door de NIH gefinancierde Cellular Senescence Network (SenNet), dat seneszente cellen in het menselijk lichaam wil karteren.
Het team testte ook manieren om het aantal of het effect van seneszente cellen te verminderen, waaronder senolytische middelen, een natuurlijke stof uit tomaten en genetische technieken gericht op specifieke celpopulaties. Bij oudere muizen gingen deze ingrepen, afhankelijk van de aanpak, gepaard met minder ontsteking en verbeteringen in lichamelijke fragiliteit, hersenontsteking en cognitieve taken. Een andere studie stelt IL-23R voor als mogelijke bloedbiomarker van biologische veroudering. De Mayo Clinic benadrukt dat de medische toepassingen voorlopig zijn: de behandelresultaten komen uit dierproeven en er is meer onderzoek nodig om te weten of een van deze benaderingen veilig en effectief is bij mensen.



